3. Waardebepaling
Belang waardebepaling
Als je nadenkt over bedrijfsoverdracht is van belang dat je bepaalt wat de waarde van je bedrijf is.
Dat doe je om 2 redenen:
- Als inzet voor de onderhandelingen met iemand die geïnteresseerd is om je bedrijf over te nemen
- Als onderbouwing voor de afrekening met de fiscus.
Zonder waardebepaling geef je de financiële kant van bedrijfsovername uit handen. Dit is heel onverstandig.
Werkwijze waardebepaling
Veel ondernemers die nadenken over bedrijfsoverdracht, vragen zich af: wat is mijn bedrijf dan waard? Wat kan ik ervoor vragen? Elk bedrijf heeft waarde en kan verkocht worden. Ook kleine, ambachtelijke bedrijven zijn interessant om over te nemen. De waarde wordt bepaald door materiële zaken zoals je voorraad én door de goodwill.
Voor het bepalen van de realistische verkoopwaarde is een rekenmethode. Hieronder gaan we daar stap voor stap doorheen.
stap 1
Je begint bij het bepalen van de materiële waarde. Voor de hand liggend is te denken dat je de waarde kunt aflezen uit je laatste balans en verlies & winstrekening. Je boekhouder of accountant heeft in die stukken vastgelegd wat op een bepaald moment je bezittingen waren. In de verlies & winstrekening lees je je bruto winst.
Maar voor de waarde van je bedrijf is een nadere beoordeling van die stukken nodig. Wat je bezittingen betreft bijvoorbeeld: is je voorraad veranderd in omvang of is de prijs ervan veranderd? Je bedrijfsbus is in de balans gewaardeerd, maar wat denk je dat deze oplevert als je die nu gaat verkopen? Voor dit soort vragen moet je balans ‘genormaliseerd’ worden.
Je boekhouder kan voor de normalisatie van je balans zorgen. Hiervoor heeft hij natuurlijk wel input van jou nodig.
De bezittingen die op de balans staan (exclusief banksaldi en rekeningcourant krediet) van het bedrijf zijn nu af te lezen. Dit is onderdeel A van de realistische bedrijfswaarde. Ook de schulden zijn nu helder. Dit is onderdeel B van de realistische bedrijfswaarde.
stap 2
Vervolgens ga je bepalen wat de immateriële waarde van je bedrijf is. Je hebt een klantenkring, omzet en dus omzetverwachtingen. Die hebben waarde.
In je verlies en winstrekening van vorig jaar staat een bepaalde bruto winst. De kans bestaat dat daarbij geen rekening is gehouden met bijvoorbeeld de onbetaalde inzet van je partner. Ook zat er misschien omzet in die incidenteel was en waarop een nieuwe koper dus niet kan rekenen. Voor dit soort vragen moet je verlies en winstrekening ook genormaliseerd worden. Dat doe je weer samen met je boekhouder.
stap 3
Als je verlies en winstrekening genormaliseerd is kun je aan de slag met het berekenen van de immateriële waarde van je bedrijf; de goodwill.
Vraag je boekhouder om de gemiddelde ‘overwinst’ op basis van de genormaliseerde verlies & winstrekening over een periode van 3 jaar. Vermenigvuldig deze overwinst met een factor van 4, een kengetal dat gehanteerd wordt bij kleinschalige bedrijven om de hoogte van de winstpotentie (gelijk aan de realistische verkoopwaarde). Daarvan leid je de goodwill af. De omvang van de goodwill heb je later nodig. Dit is onderdeel C van de realistische bedrijfswaarde.
stap 4
Ter controle: tel de onderdelen A, B en C bij elkaar op. Het resultaat is de realistische verkoopwaarde van jouw bedrijf. Deze realistische verkoopwaarde is input voor de onderhandelingen. Natuurlijk kun je hiervan afwijken.
Bij de afwikkeling van de bedrijfsovername met de fiscus, zal de fiscus een oordeel vellen over de juiste waardering en gevolgen hiervan voor jouw afrekening. Hoe zorgvuldiger je dit traject doorloopt, des te kleiner is de kans dat je met financiële tegenslagen wordt geconfronteerd. Meer hierover lees je bij de volgende stap.
Bijlage 2 bevat een rekenvoorbeeld voor een klusbedrijf. Dit kan de bovenstaande berekeningswijze van de realistische verkoopwaarde misschien verduidelijken.

